De Elfstedentocht: waarom een tocht zonder ijs ons toch blijft raken
15 januari 2026 08:30

Op 15 januari staat Nederland stil bij de Dag van de Elfstedentocht. Niet omdat er wordt geschaatst, niet omdat het ijs dik genoeg is, maar omdat de herinnering leeft. De dag markeert de oprichting van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden in 1909 en staat in het teken van het erfgoed rondom misschien wel het meest mythische sportevenement van ons land.
Opvallend genoeg heeft een groot deel van de Nederlanders nooit een Elfstedentocht meegemaakt. Toch roept het woord direct beelden op. Krantenkoppen over ijsdiktes. Mensen die massaal naar Friesland trekken. De beroemde stempelposten. En vooral dat ene gevoel: samen wachten op iets dat misschien wel komt, maar net zo goed niet.
Juist dat maakt de Elfstedentocht zo bijzonder. Het is geen jaarlijks spektakel, geen vast programma. Het is een verhaal dat al meer dan een eeuw meegaat, ook zonder ijs.
Nostalgie die verder gaat dan sport
De Elfstedentocht is allang meer dan een schaatswedstrijd. Voor veel mensen staat het symbool voor een tijd waarin momenten nog collectief werden beleefd. Het hele land keek mee. Iedereen had er een mening over, of je nu schaatste of niet. Op het werk, op school en thuis ging het erover.
Die nostalgie zit niet alleen in de beelden van schaatsers op natuurijs, maar vooral in het gevoel van verbondenheid. Het idee dat iedereen tegelijk ergens mee bezig was. Samen hopen, samen afwachten, samen teleurgesteld zijn als het niet doorging of euforisch als het wel gebeurde.
Dat maakt de Elfstedentocht uniek. Er was geen garantie, geen zekerheid. Alleen de belofte dat, als de omstandigheden klopten, er iets bijzonders zou gebeuren.
Zeldzaamheid als kracht
In een tijd waarin bijna alles direct beschikbaar is, werkt juist die zeldzaamheid door. De Elfstedentocht laat zien dat niet alles maakbaar is. Je kunt plannen, voorbereiden en hopen, maar uiteindelijk bepaalt de natuur.
Dat wachten had iets verbindends. Jarenlang werd er gesproken over “als het ooit weer komt”. Mensen trainden zonder te weten of het nodig zou zijn. Dorpen stonden paraat, vrijwilligers hielden zich gereed. Alles voor iets dat misschien nooit zou plaatsvinden.
Vandaag de dag zijn we minder gewend aan dat soort onzekerheid. We plannen vooruit, verwachten snelle resultaten en directe beloningen. De Elfstedentocht herinnert ons eraan dat waardevolle momenten soms juist ontstaan doordat je niet weet of ze komen.
Het collectieve geheugen levend houden
Dat de Elfstedentocht nog steeds wordt herdacht, ondanks het uitblijven van ijs, is geen toeval. Erfgoedinstellingen en musea spelen hierin een belangrijke rol. Zo worden op en rond 15 januari vaak verhalen, objecten en herinneringen gedeeld, onder andere in het Fries Scheepvaart Museum.
Daar draait het niet om records of tijden, maar om verhalen. Over schaatsers die de tocht uitreden tegen de wind in. Over vrijwilligers die nachtenlang stempels zetten. Over families die langs het ijs stonden, met warme chocolademelk en verkleumde handen.
Door die verhalen te blijven vertellen, blijft de Elfstedentocht onderdeel van ons collectieve geheugen. Ook voor generaties die het nooit zelf hebben meegemaakt.
Wat halen we hier vandaag nog uit?
De vraag is niet alleen waarom de Elfstedentocht ons raakt, maar ook wat we daarvan kunnen meenemen naar het nu.
Allereerst laat het zien hoe belangrijk gedeelde momenten zijn. In een samenleving die steeds individualistischer wordt, is er behoefte aan ervaringen die ons verbinden. Niet via schermen of algoritmes, maar door een gezamenlijk verhaal.
Daarnaast leert de Elfstedentocht ons iets over geduld. Over accepteren dat niet alles afdwingbaar is. Dat sommige dingen pas waarde krijgen doordat ze zeldzaam zijn en niet vanzelfsprekend.
Ook herinnert het ons aan het belang van tradities zonder direct nut. Niet alles hoeft efficiënt of rendabel te zijn. Soms is het genoeg dat iets betekenis heeft, dat het mensen samenbrengt en gesprekken op gang brengt.
Nostalgie als richtingwijzer
Nostalgie wordt vaak gezien als terugkijken zonder vooruit te willen. Maar in het geval van de Elfstedentocht is het juist een richtingwijzer. Het laat zien waar we waarde aan hechten: saamhorigheid, eenvoud, gezamenlijk wachten op iets dat groter is dan het individu.
Dat betekent niet dat we terug moeten naar vroeger. Wel dat we kunnen nadenken over hoe we in het heden ruimte maken voor dat soort momenten. Door verhalen te blijven delen. Door tradities te koesteren, ook als ze zelden plaatsvinden. Door niet alles dicht te timmeren, maar ruimte te laten voor het onverwachte.
Waarom 15 januari ertoe doet
De Dag van de Elfstedentocht draait niet om de vraag of er ooit nog een tocht komt. Het gaat om het erkennen van een stukje cultureel erfgoed dat diep verankerd zit in de Nederlandse identiteit.
Door stil te staan bij deze dag, houden we het verhaal levend. Niet alleen als sportgeschiedenis, maar als herinnering aan wat mensen kan verbinden. Juist nu, in een tijd waarin gezamenlijke ervaringen steeds schaarser lijken te worden, is dat relevanter dan ooit.
Misschien komt de Elfstedentocht nooit meer. Misschien ook wel. Maar zolang we het verhaal blijven vertellen, blijft de essentie bestaan. En dat is uiteindelijk waar deze dag om draait.